Het Tuinplan

Het tuinplan is een historisch verantwoorde reconstructie van een landschapstuin in deels geometrische, deels landschappelijke stijl. Dit werd ontworpen rond het theehuisje en de bestaande, rechte toegangslaan van eind 19de of begin 20ste eeuw. In het begin van de 20ste eeuw heeft wijlen mevrouw Etty van Best hier haar Engels geïnspireerde bostuin aangelegd, in de geest van Gertrude Jekyll. 

Een landschapstuin in stijl

Bij de herinrichting van de tuin rond het theehuis is de middenas van het rechte toegangspad naar het midden van het theehuis uitgangspunt gebleven. De klassieke symmetrie van de middenas wordt in een later ontwerp verder benadrukt door de steeds grotere, concentrische halve cirkels, die vanuit het midden van het theehuis ontworpen zijn. Deze halve cirkels worden achtereenvolgens gevormd door het halfronde terras, de rozenbedden, het gazon, een hofpad, de brede segmenten met de oude bomen, (waaronder bosplanten en stinzenplanten de vakken vullen) en het brede, rond lopende pad, waarop de nieuwe entree vanaf de Molenstraat is aangesloten.

De geometrie wordt verzacht door de losse boomgroepen, die met nieuwe bomen zijn aangevuld. Ook de vloeiend verlopende slingerpaden door het parkbos verzachten de harde lijnen van de geometrische tuin rond het theehuis.

Stilistisch gezien vertegenwoordigd de herinrichting van de tuin de “style mixte” ofwel de “gemengde stijl” die in de landschapsparken en –tuinen aan het eind van de negentiende eeuw zo gangbaar was. De term is afkomstig van een Franse landschapsarchitect. Hij bedoelt een tuinstijl, waarin de geometrie van de tuinarchitectuur op een harmonische wijze wordt samengesmolten met de vloeiende lijnen van de landschapsstijl als één fraai geheel.

Aan de Molenstraat wordt de geometrische tuin gevormd door het theehuis zelf met middenpad en halfronde cirkels, de landschapstuin door de losse boomgroepen, de gebogen paden en de bosgedeelten met de stinzenplanten. In Nederland zijn rond 1900 bekende tuinarchitecten als Leonard Springer en Hugo Poortman toonaangevend bezig in deze “gemengde stijl”.

 

De beplanting: in de geest van Mevrouw Van Best

Mevrouw Van Best was een groot liefhebster van tuinen en bloemen. Zij zal een groot aandeel hebben gehad in de beplanting rond haar theehuis in het begin van de twintigste eeuw. Enkele monumentale bomen moeten er al gestaan hebben, voordat zij haar theehuis betrok. Met name enkele zomereiken en wellicht de suikeresdoorn. Het merendeel van de huidige, oude bomen stammen uit haar tijd. Een keur aan fraaie soorten parkbomen. Meest opvallend zijn de bruine beuken, verder staat er een tulpenboom, iep Noorse esdoorn, witte esdoorn en een zilverlinde. Ook de paars bloeiende rhodondendrons  (catawbiense ‘Grandiflorum’) zullen uit haar tijd stammen, evenals twee oude sierheesters, die het overleefd hebben: een kardinaalsmuts (Euonymus alatus) en een schijnhazelaar ( Corylopsis spicata). Van de oorspronkelijke onderbeplanting was bij de aankoop door de familie Staals niets meer te zien.

De nieuwe siergrassenweiden

In het najaar van 2014 heeft, op verzoek van de familie Staals, Trudi Woerdeman een eigentijdse ‘siergrassenweide’ ontworpen met vele kleurige tulpen en andere bollen in het voorjaar. ‘s Zomers zijn er de  weelderige hoge bloemen tussen het wuivende siergras. Enkele duizenden verwilderingsbollen zijn hier geplant, onder andere botanische tulpen ( o.a. Tulipa sylvestris, T. kaufmanniana, T. turkestanica; sieruien (Allium sphaerocephalon, Allium x Purple Sensation, A. Mount Everest) en de blauwe Camassia leichtlinii. Zij kleuren de sierweiden in bonte kleuren, van maart tot juni. Dan nemen de zomer- en herfstbloemen het over en gaan de siergrassen bloeien. De siergrassenweiden omzomen een open gazon met luchtige kleine bomen: Koelreuteria,  moerbei en ginkgo.

Zo is de parktuin te beleven in twee delen: vanuit het beschaduwde parkbos voert de wandeling naar het open, zonnige gazon vol kleur.

De plannenmakers

De familie Staals maakte de restauratieplannen voor het theehuis en de tuin. Basisidee was het halfronde terras met gazon en de historische laan met als tegenhanger de landschapstuin met slingerpaden.

Landschapsarchitecte Maaike van Stiphout van DS landschapsarchitecten uit Amsterdam borduurde hierop voort en ontwierp de verdere geometrie van de concentrische cirkels ( 2008). Binnen deze geometrische structuur werden de bostuinen ontworpen.

Tuinarchitecte Trudi Woerdeman van de Warande in Laag Keppel vulde de vakken in met beplantingen en met de vloeiende lijnen van gebogen paden in de landschapstuin.   

Het toeval wil dat Mevrouw Van Best (Stationsstraat 7), evenals Trudi Woerdeman (Stationsstraat 1), Cocky Staals-van Cleef (Stationsstraat 23) en Frans Staals (Stationsstraat 25) in hun jeugd nagenoeg buren waren in de Stationstraat in Valkenswaard. Als kind kwam Trudi regelmatig bij Mevrouw Van Best op bezoek. Zij deelden toen al hun gezamenlijke liefde voor bloemen. Onvergetelijk voor Trudi waren de lentedagen, waarop zij de prachtige tuin van de villa ‘Zonnekant’ mocht bezoeken. Er bloeiden sneeuwklokjes en boerenkrokussen en altijd kreeg zij van Mevrouw Van Best een geurende, bloeiende tak van de Hamamelis mee naar huis.

In de geest van Mevrouw Van Best heeft zij de tuin rond het theehuis weer ingericht. Zij maakte het ontwerp Onderbeplanting met stinzenplanten, bosbodembedekkers en schaduwplanten onder monumentale oude en jonge bomen. Tuinhistorische richtlijn hierbij is de villatuin van ‘Zonnekant’ en het plantenassortiment van Jekyll. Bruine beuken, Magnolia’s en Hamamelis hebben er weer hun plek gekregen.

Daaronder zijn in oktober 2010, 6.500 bloeiende bosbodembedekkers geplant met daar tussendoor 30.000 stinzenbolletjes.